“Je moet je echt focussen, Henk”, zo kreeg Henk van Veelen voor de voeten geworpen toen hij zijn werk liet zien aan wat hij zelf ‘kenners’ noemt. Die kenners vonden dat het werk van deze kunstenaar-pur-sang te veel kanten uitging en geen consistentie en samenhang uitstraalde. Is dat erg: gebrek aan consistentie? De vraag stellen is hem beantwoorden. Bij Henk van Veelen is dat nu juist de charme en ook de kracht ervan.
Wie op bezoek gaat in zijn atelier ziet inderdaad veel stijlen door elkaar, waarbij de vraag is of de ene stijl nog wel wat te maken heeft met de andere. Van figuratief naar abstract, van grove streek naar fijn-pointillistisch, van portret naar landschap: het is er allemaal. De ruimte waarin Henk werkt is tamelijk basaal: het licht valt binnen door gietijzer omgeven ramen, de wanden zijn kaal op de vele werken na die er kriskras dooreen hangen, de sfeer is die van een ‘zolderkamer voor arme artiesten’. Ook in de rest van het gebouw (een pakhuis aan de Noorderhaven te Groningen) hebben kunstenaars een onderkomen gevonden, en ongetwijfeld zal dat hier en daar ook wel voor cross-overs zorgen. Maar Henk schildert vooral zelfstandig, waarbij hij trouwens voorbeelden als inspiratiebron niet schuwt.
Na een opleiding aan Academie Minerva en een studie psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen kwam hij terecht op een tweesprong. Werd het een onzeker bestaan als kunstenaar of lokte een baan als de meeste andere mensen hebben, met een geregeld inkomen? Hij koos voor het tweede - vooral om praktische redenen - want ja: de schoorsteen van een gezin moet wel gewoon en geregeld kunnen roken.
Min of meer realistische portretten vormden het begin van zijn tweede loopbaan, maar nu als schilder. Dat was voor een deel nog in zijn vrije tijd, naast drukke werkzaamheden als organisatieadviseur, maar anno 2025 is het schilderen - terwijl hij al wat jaren geniet van het bestaan als gepensioneerde - echt zijn lust en zijn leven in de meest letterlijke zin van het woord.
We lopen samen langs werk dat op korte termijn geëxposeerd wordt in de Groningse galerie Forma Aktua. Als beschouwer ontkom je dan niet aan vergelijking met ander (eerder) werk, dat in ruime mate voorhanden is. De interieurs die binnenkort te zien zijn contrasteren nogal met de landschappen uit een vorige periode, zo wordt al snel duidelijk. De reflectie op landschappen van -bijvoorbeeld – Frankrijk of Drenthe heeft vooral oprijzende bomen als kenmerk, met vaak ook de klassieke verdeling van donkere bases, een lichter middendeel en een donkerder ‘topping’. Het kleurgebruik in die landschappen is opvallend ‘optimistisch’, met veel blauw, oranje, diverse tinten groen.
De interieurs daarentegen zijn vooral gekenmerkt door lichtgebruik, met veel direct of indirect zonlicht. Wie het werk van Édouard Vuillard (1868-1940) kent ziet daarvan trekjes terug, ook al was Vuillard een post-impressionist en noemt Henk van Veelen zichzelf meer een expressionist. Perspectieven krijgen een geheel eigen invulling, maar wat er niet aan klopt is dan ook gelijk weer de bewuste keuze van de schilder: dat Van Veelen goed kan schilderen (inclusief een juiste invulling van het begrip ‘perspectief’) bewijst ook ander werk in deze serie interieurs.
Waar dit alles toe gaat leiden is nog onduidelijk. Zodra Van Veelen het gevoel krijgt dat hij in herhaling vervalt doemt verveling op en besluit hij een andere weg in te slaan. Misschien komen de portretten wel weer terug, maar dan in een andere, minder klassieke setting? Niemand die het weet: er wordt druk geëxperimenteerd in het atelier op de Noorderhaven. Geef hem de ruimte, en het kan veel kanten op gaan. Focus? Waarom? Plezier in het schilderen en reflectie op het leven in alle facetten maken dit bijzondere oeuvre gewoon boeiend.
